11/12/2017

Verdrag van Lissabon

De samenwerking van de lidstaten in de Europese Unie verliep sinds het Verdrag van Maastricht (gesloten in 1992) volgens de drie zogenaamde pijlers. Echter sinds het verdrag van Lissabon wordt er niet meer volgens deze pijler structuur gewerkt.

De eerste pijler besloeg voornamelijk de economische samenwerking tussen de lidstaten. De nadruk lag op de interne markt en alle vrijheden die daarbij kwamen kijken (vrijheid van personen, goederen, diensten, arbeid en kapitaal). De tweede pijler omvatte alles op het gebied van Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB), bijvoorbeeld het beleid op het gebied van defensie van de EU. Onder de derde pijler vielen Binnenlandse Zaken en Justitie voor bijvoorbeeld de strijd tegen drugshandel.

Na de toetreding van 12 nieuwe lidstaten in de periode van 2004 tot 2007 was het belangrijk he Verdrag van Maastricht onder de loep te nemen. Het was belangrijk om de democratie aan te scherpen en het besturen van de Europese Unie efficiënter te maken. Met het vastleggen van het Verdrag van Lissabon heeft men beoogd om de Europese Unie meer als eenheid naar buiten te treden. Ook is het door dit verdrag duidelijker voor de lidstaten waar welke bevoegdheid ligt. Door het Verdrag van Lissabon werkt de besluitvorming sneller en voorwaarden voor de toetreding tot de EU zijn verankerd. Ook wordt de samenwerking tussen de EU lidstaten hechter waardoor er een betere aanpak van wereldwijde problemen is. Ook in de toekomst zullen er ongetwijfeld weer nieuwe verdragen opgesteld worden om de afspraken aan de ontwikkelingen binnen de EU aan te passen.