12/10/2017

Lidstaten

Bevoegdheden van de lidstaten en de Europese Unie 

Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, zijn de bevoegdheden van de lidstaten van de Europese Unie een stuk duidelijker geworden. De drie pijlers: de Europese Gemeenschap, het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, zijn komen te vervallen. Bij de drie pijlers was er sprake van een overlap van bevoegdheden wat soms voor flink wat onduidelijkheid zorgde. Met het instellen van het Verdrag van Lissabon is er aan onduidelijkheid op het gebied van bevoegdheden een einde gekomen. Er is een nauwkeurig onderscheid in bevoegdheden in het verdrag opgenomen. Er is sprake van drie hoofdbevoegdheden: de exclusieve bevoegdheden, de gedeelde bevoegdheden en de ondersteunende bevoegdheden.

Met het Verdrag van Lissabon is er in principe geen sprake van wijzigingen in bevoegdheden, maar toch was het noodzakelijk voor het efficiënt zijn van de EU om duidelijkheid op het gebied van bevoegdheden te scheppen.

Bij exclusieve bevoegdheden heeft de EU alleenrecht voor het opstellen van wetten en het maken van bindende besluiten. De lidstaten hebben dan weer als taak om deze wetten en besluiten tenuitvoer te leggen.

Bij gedeelde bevoegdheden is er sprake van besluitvorming die zowel door de EU als de lidstaten gedaan mag worden. Het is wel zo dat de lidstaten alleen deze bevoegdheid mogen uitoefenen als de EU dat niet doet.

Als er van ondersteunende bevoegdheden sprake is, dan heeft de EU geen bevoegdheid op het gebied van het maken van wetten en het nemen van bindende besluiten. In dit geval heeft de EU alleen een ondersteunende, aanvullende of coördinerende rol.

Bij de bevoegdheden van de EU is er sprake van het beginsel van de bevoegdheidstoedeling. dit houdt in dat de EU alleen bevoegdheid heeft, als dit in een verdrag is vastgelegd. Daarnaast is er bij het evenredigheidsbeginsel sprake van het gezegde: ‘het doel heiligt de middelen’ en bij het subsidiariteitsbeginsel mag de EU bij gedeelde bevoegdheden alleen actie ondernemen als de EU doeltreffender zal handelen dan de lidstaat.